Doelstelling opleiding kaderartsen uro- en gynaecologie

Er bestaan een aantal redenen om de huisartsgeneeskundige zorg op dit terrein extra te ondersteunen ten einde de kwaliteit van die zorg te verbeteren.

  1. Medisch-technische en farmacotherapeutische mogelijkheden ontwikkelen zich snel. Niet iedere huisarts kan deze ontwikkelingen volgen of op zijn merites beoordelen. Voorbeelden zijn de toegenomen diagnostische mogelijkheden om een SOA vast te stellen, de echo bij (post-menopauzaal) bloedverlies en prostaatproblematiek, (hormonale) interventies bij prostaathyperplasie, myomen en menorrhagieën; hormoonsuppletie, al dan niet preventief van aard; uroflowmetrie; indicaties voor hysteroscopie; medicamenteuze therapie bij mictieklachten (inclusief incontinentie) en nieuwe vormen van anticonceptie.
  2. Een aantal aandoeningen wordt door de huisarts te weinig gezien of het ontbreekt de huisarts aan voldoende inzicht of ervaring om problematiek op hun waarde te schatten. Klinische stages in de gynaecologie en verloskunde zijn ingekort. Stages in de urologie zijn zeer beperkt van opzet. Dit schept een behoefte om deskundige huisartsen te kunnen consulteren.
  3. De farmaceutische industrie en de media opereren steeds directer naar de consument/patiënt (bijvoorbeeld met campagnes als de prostaatklachtenlijn en de overgangsweek), meestal met het promoten van een bepaalde (medicamenteuze) behandeling. Huisartsen hebben behoefte aan het bepalen van een standpunt met behulp van deskundige argumenten, die individueel moeilijk te vergaren zijn.
  4. Sekse-specifieke aandoeningen zoals die op het terrein van de urogynaecologie, leveren nogal eens onvrede op over de behandeling door huisartsen (als uiting daarvan ontstonden vrouwengezondheidscentra en vrouwenzelfhulpgroepen). Het perspectief van patiënten zal maatschappelijk gezien een belangrijke rol gaan spelen in de beoordeling van kwaliteit van zorg. Extra deskundigheid kan de huisarts ondersteunen bij het geven van goede zorg.
  5. Het verdwijnen van de Rutgershuizen zal een extra vraag opleveren naar zorg en deskundigheid op het gebied van anticonceptie en seksuele problematiek.
  6. De uro- en gynaecologie zijnis het werkterrein -naast dat van de huisarts- van disciplines in zowel  de eerste lijn (gespecialiseerde fysiotherapeuten en wijkverpleegkundigen) als in de  tweede lijn (gynaecologen, urologen). Deskundige huisartsen hebben hier een rol ten aanzien van de samenwerking, het ontwikkelen van nieuwe samenwerkingsverbanden en protocollen,  het maken van transmurale afspraken, het organiseren van intercollegiale consultatie.
  7. Er is een tekort aan huisartsdeskundigen uro- en gynaecologie voor de huisartsopleiding en de nascholingen. Daardoor wordt nascholing gegeven vanuit het perspectief van de specialist (gynaecoloog,uroloog) met onvoldoende huisartsgeneeskundige inbreng.